Afwijkingen binnen het AREI art. 278 (oude woning)

Is uw woning gebouwd voor 1 oktober 1981? En dateert de elektrische installatie ook van voor die datum? Dan worden volgende afwijkingen toegestaan volgens ART 278bis van het AREI (Algemeen Reglement op Elektrische Installaties).

 

  1. Naleving van de normen
  • Het toegelaten elektrisch materieel, waaronder met name de aftakdozen en leidingen, gebouwd overeenkomstig de regels van goed vakmanschap die van kracht waren op het ogenblik van hun installatie, in dienst te laten.(In afwijking van de voorschriften van artikel 7)
  1. Keuze van automatisch differentieelstroominrichting
  • Het toegelaten de differentieelstroominrichting van het type “A C” en/of met een nominale stroomsterkte kleiner dan 40 A in dienst te laten. (In afwijking van artikel 85.02, 2e lid)
  1. Verzegeling van de differentieelstroominrichting
  • Het toegelaten de [automatische differentieelstroominrichting] niet te verzegelen indien deze hiervoor niet voorzien is.(In afwijking van de bepalingen van het tweede lid van artikel 86.07)
  1. Normalisering van de beschermingsinrichtingen tegen overstroom
  • Het toegelaten de smeltveiligheden met schroefbasis, type D met kalibreerringen, de pensmeltveiligheden en de kleine automatische schakelaars met pennen, die conform de norm NBN 481 waren in dienst te laten.(In afwijking van artikel 251.04)
  • De Minister die de Energie onder zijn bevoegdheid heeft bepaalt bij besluit de voorwaarden waaraan de zekeringhouders moeten beantwoorden, evenals de pensmeltveiligheden met een nominale stroomsterkte van 6 A en de kleine automatische schakelaars van maat 12, of met een nominale stroom van 10 A, opdat zou zijn voldaan aan de voorwaarde van niet-verwisselbaarheid voorzien bij artikel 251.01.
  1. Keuze van de elektrische leidingen
  • Het toegelaten de elektrische leidingen in dienst te laten waarvan de geïsoleerde geleiders een doorsnede hebben die kleiner is dan 2,5 mm2 maar ten minste gelijk is aan 1 mm2.(In afwijking van het voorlaatste lid van artikel 198)
  • De geleiders van 1 mm2 moeten zijn beschermd tegen overbelasting hetzij door smeltzekeringen met een nominale intensiteit van ten hoogste gelijk aan 6 A, hetzij door automatische schakelaars van ten hoogste maat 12 of met een nominale stroom van ten hoogste 10 A.
  1. Kleurcode van de geleiders van kabels en van geïsoleerde geleiders
  • Het toegelaten de volgende elementen in dienst te laten: een beschermings, aard, of equipotentiaalgeleider die niet gemerkt is door de groen-gele kleurcombinatie.(In afwijking van de bepalingen van artikel 199)
  • Het gebruik als actieve geleider van een geleider gemerkt door de groen-gele kleurcombinatie zoals bepaald door de norm, is verboden.
  1. Nabijheid van niet-elektrische leidingen
  • Het toegelaten in de nabijheid van niet-elektrische leidingen, elektrische leidingen in dienst te laten die er geen 3 cm van verwijderd zouden zijn.(In afwijking van de bepalingen van artikel 202)
  1. Aardgeleider
  • Het toegelaten een koperen aardgeleider in dienst te laten waarvan de doorsnede ten minste gelijk is aan 6 mm2.(In afwijking van de bepalingen van artikel 71)
  1. Beschermingsgeleider
  • Het toegelaten elektrische leidingen in dienst te laten die geen beschermingsgeleider bevatten op voorwaarde dat zij niet bestemd zijn om een vast of beweegbaar toestel van de klasse I te voeden.(In afwijking van de bepalingen van artikelen 86.02 en 203)
  • Het is eveneens toegelaten een beschermingsgeleider in dienst te laten die zich buiten de leiding bevindt.
  • Het is toegelaten de beschermingsgeleider te installeren buiten de elektrische leidingen, daar waar het niet mogelijk is deze beschermingsgeleider in de bestaande buizen te trekken.
  1. Equipotentiaalverbindingen
  • Het ontbreken van de hoofdequipotentiale verbinding toegelaten.(In afwijking van de bepalingen van artikel 86.05)
  1. Contactdozen
  • Het is toegelaten: de contactdozen in dienst te laten die: hetzij geen aardcontact hebben aangezien de elektrische leiding geen beschermingsgeleider heeft, hetzij niet van een model zijn zoals vermeld bij punt 02 van artikel 49;( in afwijking van de voorschriften van het eerste lid van artikel 86.03)
  •  Het is toegelaten per stroombaan, meer dan 8 enkelvormige contactdozen in dienst te laten.(in afwijking van het laatste lid van artikel 86.03)
  • Het is verboden de aanwezigheid te dulden van een contactdoos met aardcontact indien dit laatste geen daadwerkelijke galvanische verbinding vormt met de [aardverbinding] van de installatie.
  1. Plaatsing van de contactdozen
  • Het toegelaten contactdozen in dienst te laten op wanden van lokalen waar geen vochtgevaar bestaat (AD1) en welke niet zodanig geplaatst zijn dat de as van hun contacthulzen zich ten minste 15 cm boven de afgewerkte vloer bevinden.(In afwijking van de bepalingen van het 3e lid van artikel 249)
  1. Verlichtingsstroombaan
  • Het toegelaten over slechts één enkele verlichtingsstroombaan per elektrische installatie te beschikken.(In afwijking van de bepalingen van artikel 86.06 )
  1. Bescherming van wasruimten, badkamers, stortbadkamers en van wasmachines
  • Het toegelaten het materieel en de toestellen die zijn toegelaten in wasruimten, stortbad- en badkamers alsook de inrichtingen voor de aansluiting van wasmachines of vaatwasmachines niet te beschermen met een afzonderlijk [automatische differentieelstroominrichting] met een grote of zeer grote gevoeligheid, op voorwaarde dat, in het geval van de bad- en stortbadkamers, de afstand van 0,60 m die gebruikt wordt in artikel 86.10 om het volume 2 (beschermingsvolume) van de badkuipen of stortbadkuipen te bepalen, op 1 m wordt gebracht.(In afwijking van de bepalingen van artikel 86.08)
  • Het is eveneens toegelaten eenpolige schakelaars in dienst te laten die geplaatst zijn in de voedingsstroombaan van een verlichtingstoestel.
  1. Bescherming in wasruimten, badkamers en stortbadkamers

Het is toegelaten:

  • elektrische leidingen in dienst te laten die niet beantwoorden aan genoemde voorschriften;( in afwijking van de voorschriften van artikel 86.10)
  •  niet te beschikken over de bijkomende equipotentiale verbinding;(in afwijking van de voorschriften van artikel 86.10)
  •  in de vloer verzonken verwarmingsweerstanden in dienst te houden die niet zouden beantwoorden aan de hen betreffende voorschriften of de voorschriften betreffende hun installatie aangezien zij namelijk niet kunnen worden verbonden met de bijkomende equipontentiale verbinding waarvan sprake bij het vorige streepje(in afwijking van de voorschriften van artikel 86.10)
  • op voorwaarde dat de afstand van 0,60 m. die dient om bij artikel 86.10 het volume 2 (beschermingsvolume) van de badkuipen of stortbadkuipen te bepalen, op 1 m wordt gebracht.

Wetshistoriek

Art. ingevoegd bij art. 2 K.B. 1 juli 1992 (B.S., 4 augustus 1992).

Enig lid: – 3 en 14 gewijzigd bij art. 4 K.B. 25 november 1998 (B.S., 9 maart 1999);

 11 gewijzigd bij art. 3 K.B. 28 januari 2004 (B.S., 17 februari 2004 (tweede uitg.)).

 

 

 

Bron: Veiligwonen.vincotte.be