Een oude elektrische installatie hoeft niet automatisch volledig vervangen te worden. Voor bestaande huishoudelijke installatiegedeelten waarvan de uitvoering vóór 1 oktober 1981 begon, bevat het AREI specifieke afwijkingen. Die kunnen toelaten dat bepaalde leidingen, stopcontacten of andere onderdelen behouden blijven. Ze vormen geen vrijstelling om gevaarlijke situaties te laten bestaan.

Zoek je naar artikel 278 AREI? Dat is de historische benaming. De huidige bepalingen staan in Boek 1, afdeling 8.2.1. Hieronder lees je wat dat betekent voor het conform maken van elektriciteit in een oude woning.

Inhoud gecontroleerd op 22 september 2026 aan AREI Boek 1, versie 06, van toepassing sinds 1 april 2026. Verwijzingen hieronder gebruiken de gedrukte paginanummers.

Voor welke oude installaties gelden deze afwijkingen?

De datum van de elektrische installatie of het betrokken gedeelte is bepalend. Alleen het bouwjaar van de woning volstaat niet. Een huis uit 1965 kan bijvoorbeeld een oude verlichtingskring hebben, terwijl de keukeninstallatie pas recent werd vernieuwd. Die gedeelten krijgen niet noodzakelijk dezelfde beoordeling.

Afdeling 8.2.1 gaat over bestaande gedeelten waarvan de uitvoering ter plaatse begon vóór 1 oktober 1981, ongeacht of daarvoor vroeger al een controlebezoek plaatsvond. Voor later aangelegde of vernieuwde gedeelten moet het toepasselijke kader afzonderlijk worden bepaald. Bekijk ook ons overzicht van AREI-afwijkingen voor bestaande installaties.

Bron: Boek 1, afdeling 8.1.1, p. 279, en afdeling 8.2.1, inleiding, p. 280.

Welke onderdelen kunnen onder voorwaarden behouden blijven?

Onderstaande voorbeelden zijn geen automatische goedkeuring. De toestand, beveiliging, belasting en bestemming van het betrokken onderdeel blijven belangrijk.

Bestaand onderdeel Wat laat de afwijking toe?
Leidingen van 1 mm² Behoud met maximaal 6 A smeltzekering of 10 A automaat, plus de voorgeschreven aanduiding op het bord. Dit is geen toelating voor nieuwe stopcontactkringen in 1 mm². 8.2.1, punten 3 en 5, p. 281.
Meer dan acht stopcontacten op een eindstroombaan Behoud wanneer het vermogen van de aangesloten vaste en vast opgestelde toestellen het toelaatbare vermogen van de leiding niet overschrijdt. 8.2.1, punt 6.b, p. 282.
Eén verlichtingsstroombaan De bestaande installatie mag onder deze afwijking één enkele verlichtingsstroombaan behouden. 8.2.1, punt 14, p. 283.
Koperen aardgeleider van 6 mm² Een bestaande koperen aardgeleider van minstens 6 mm² kan blijven. Dit zegt niet dat iedere aardings- of beschermingsgeleider dezelfde doorsnede mag krijgen. 8.2.1, punt 11, p. 283.
Ontbrekende hoofdequipotentiale verbinding Hiervoor bestaat een historische afwijking. Ze mag niet worden veralgemeend naar nieuwe werken of de afzonderlijke badkamerregels. 8.2.1, punt 13, p. 283.

Voor kringen met een doorsnede kleiner dan 1,5 mm² is het voorgeschreven etiket op de borddeur nodig: minstens 8 bij 5 cm, met het pictogram uit figuur 8.1. Een grotere automaat plaatsen om uitval te vermijden, is geen oplossing voor een te zwaar belaste dunne leiding.

Mogen stopcontacten zonder aarding blijven?

Dat kan uitsluitend onder de specifieke voorwaarden. Een bestaand stopcontact zonder aardcontact op een leiding zonder beschermingsgeleider moet beschermd worden door een differentieel met grote of zeer grote gevoeligheid. Voor de gebruikelijke wisselstroominstallatie betekent dit een aanspreekstroom van maximaal 30 mA.

Een stopcontact dat wél een aardcontact heeft, maar waarvan dat contact niet werkelijk met de aarding verbonden is, is uitdrukkelijk verboden. Een aardingspen plaatsen zonder aangesloten beschermingsgeleider maakt het stopcontact dus niet conform. Een differentieel vervangt die verbinding niet.

Ook het aangesloten toestel telt mee. De afwijking voor een leiding zonder beschermingsgeleider geldt in beginsel niet wanneer die bestemd is om een vast of vast opgesteld klasse I-toestel te voeden. Dat zijn toestellen waarvan de aanraakbare metalen delen een beschermende aardverbinding nodig hebben. Voor bepaalde vaste verlichtingstoestellen in droge ruimten bestaat een afzonderlijke, nauw omschreven uitzondering; die kan niet naar andere toestellen worden uitgebreid.

Bron: Boek 1, afdeling 8.2.1, punt 6, p. 282, en punt 12, p. 283; gevoeligheidscategorieën: afdeling 2.6.4, p. 40.

Welke differentiëlen zijn nodig in een oude woning?

Er bestaat geen algemene uitzondering om een oude woning zonder noodzakelijke differentieelbeveiliging te laten werken. De basisregel voorziet een differentieel van maximaal 300 mA aan het begin van de huishoudelijke installatie. Sommige bestaande toestellen met een nominale stroom lager dan 40 A kunnen onder de specifieke afwijking behouden blijven.

Verwar de nominale stroom in ampère niet met de aanspreekstroom in milliampère. Ook oude informatie die een differentieel van type AC algemeen toestaat, mag niet als actuele regel worden overgenomen: die toestemming staat niet in de huidige afwijkingenlijst. Voor differentiëlen die in huishoudelijke wisselstroominstallaties worden geplaatst, schrijft Boek 1 minstens type A voor.

Voor bestaande algemene stopcontact- en verlichtingskringen bevat punt 16 een afwijking op bepaalde bijkomende differentieelvereisten. Die geldt niet voor de badkamer, wasmachine, droogkast of afwasmachine. De afzonderlijke voorwaarde voor stopcontacten zonder aardcontact blijft eveneens gelden.

Bron: Boek 1, onderafdeling 4.2.4.3.b, p. 104–105; 5.3.5.3.a, p. 172; afdeling 8.2.1, punten 2 en 16, p. 280 en 283.

Voor een oude badkamer gelden afzonderlijke voorwaarden

De badkamerafwijkingen vragen een beoordeling van de inrichting, de beschermingsvolumes en de bestaande elektrische installatie. Afdeling 8.2.1, punt 15, verwijst naar de overgangsregels voor bestaande bad- en doucheruimten en beschrijft bijkomende, beperkte uitzonderingen.

Zo kan het behoud van bepaalde leidingen of het ontbreken van de bijkomende potentiaalvereffening gekoppeld zijn aan het vergroten van de afstand van volume 2 tot één meter. Dat is geen toestemming om de vereiste gevoelige differentieelbeveiliging weg te laten. Bij een vernieuwde douche, verplaatste wanden of gewijzigde installatie moet opnieuw worden bekeken welke voorschriften gelden.

Bron: Boek 1, afdeling 8.2.1, punt 15, p. 283; onderafdeling 6.5.8.1, punt 3, p. 212–213.

Zijn elektrische schema’s verplicht voor een oude woning?

Ook voor deze installaties zijn een eendraadschema en situatieplan nodig. De afwijking laat vereenvoudigde documenten toe. Het schema bevat onder meer adres, nominale spanning, voedingskabel, vertrekken en beveiligingen met hun kenmerken. Het situatieplan toont stopcontacten, schakelaars, lichtpunten en vaste of vast opgestelde toestellen.

Ontbrekende oude documenten betekenen dus niet dat er geen plannen meer nodig zijn. Wij kunnen de installatie ter plaatse inventariseren en de elektrische plannen opmaken.

Bron: Boek 1, afdeling 8.2.1, punt 7, p. 282.

Wat verandert er bij renovatie of uitbreiding?

Nieuw aangelegde gedeelten krijgen niet automatisch de afwijkingen van de oorspronkelijke installatie. Bij een belangrijke wijziging of uitbreiding is vóór ingebruikname een gelijkvormigheidscontrole nodig voor het aangepaste gedeelte. Heeft het werk invloed op een ongewijzigd gedeelte, dan worden ook die gewijzigde kenmerken gecontroleerd.

Omgekeerd maakt een beperkte ingreep niet automatisch de hele woning tot een nieuwe installatie. Sommige afwijkingen blijven uitdrukkelijk gelden bij niet-belangrijke wijzigingen. Daarom bekijken we het bestaande en nieuwe gedeelte samen, inclusief de gevolgen voor het verdeelbord en de beveiligingen.

Bron: Boek 1, onderafdeling 6.4.7.3, p. 208; afdeling 8.2.1, punt 16, p. 283.

Afgekeurde elektriciteit: twaalf of achttien maanden?

Bij een gewoon negatief controlebezoek moeten de nodige werken zonder vertraging gebeuren. Het aanvullende bezoek gebeurt door hetzelfde erkende organisme binnen de termijn van één jaar; volg de datum in het verslag. De installatie mag ondertussen geen gevaar vormen.

Voor de specifieke verkoopregeling van oude wooneenheden uit afdeling 8.4.2 moeten de nodige werken én een nieuw controlebezoek van de volledige installatie plaatsvinden binnen achttien maanden vanaf de authentieke verkoopakte. De koper meldt zijn identiteit en de aktedatum aan het organisme dat de eerste controle uitvoerde. Voor de nieuwe controle kan hij een erkend organisme kiezen. Dit is geen algemene achttienmaandenregel voor iedere afgekeurde installatie.

Bron: Boek 1, onderafdeling 6.5.7.2, punten b.6 en b.7.d, p. 210–211; 9.1.3.2, p. 296; 8.4.2.1–8.4.2.2, p. 289–290.

Je oude installatie gericht conform laten maken

Afgekeurd.be bekijkt het keuringsverslag, de ouderdom van de verschillende gedeelten en de toestand ter plaatse. We onderscheiden wat onder voorwaarden behouden kan blijven van wat aangepast moet worden, voeren de overeengekomen werken uit en verzorgen de nodige plannen. De formele beoordeling gebeurt door een erkend keuringsorganisme.

Bespreek je keuringsverslagmaak online een afspraak.

Actualiteit: versie 07 van Boek 1 is gepubliceerd, maar geldt pas vanaf 1 november 2026. Ze wijzigt de verzegelingsvoorschriften voor de differentieelbeveiliging aan het begin van huishoudelijke installaties. Meer context vind je bij onze uitleg over de actuele AREI-wetgeving en op de publicatiepagina van FOD Economie.